De halsbandparkiet

halsbandparkiet1

Al sinds de jaren zestig komen in Nederland halsbandparkieten in het wild voor. Oorspronkelijk losgelaten of ontsnapt als voliërevogel, bleken ze zich goed te kunnen handhaven in ons klimaat. Zag je ze eerst vooral in Rotterdam en Den Haag, sinds een jaar of tien komen ze door heel Nederland voor. Ik zag ze voor het eerst in 2007 in de Broekpolder, steeds op een vaste plek aan het einde van de watersportweg. Sinds die tijd zie je ze overal in de polder, maar ook in Vlaardingen in de verschillende wijken.

De halsbandparkiet is een papegaaiachtige vogel, afkomstig uit de tropen. Het een opvallend groen gekleurde, vrij grote vogel met een lange, puntige staart en een rode snavel. De totale lengte is circa 42 centimeter. Hij heeft een heel opvallende, luide lokroep. De vogels zijn monogaam en vormen waarschijnlijk paren voor het leven. Ze broeden in holen, maar gebruiken ook wel oude nesten van spechten. Ze eten voornamelijk zaden, granen, fruit, bloemen en nectar. In Nederland zijn er ongeveer 9000 parkieten waargenomen. Maar in onze omgeving zijn het er intussen ook al honderden.

Over de ecologische gevolgen voor de natuur van de halsbandparkieten is al vaak gespeculeerd, maar bestaan relatief weinig harde gegevens. In gebieden met veel halsbandparkieten lijken minder boomklevers en grote bonte spechten te worden vanwege de nestholtes. Het nestholteaanbod is vaak een belangrijke factor in de verspreiding van holenbroeders. Echter, in natuurlijke loofbossen is er normaal gezien geen tekort aan nestholtes omdat zonder menselijke ingrepen er in elk langlevend, natuurlijk bos grote, dode bomen voorkomen die een belangrijke bron van nestholtes zijn te vinden. De halsbandparkiet is een nieuwe soort in Nederland die de afgelopen jaren behoorlijk in aantal is toegenomen. Maar de grens lijkt nog lang niet bereikt. Ze aarden op heel veel plaatsen. Niet alleen in bossen maar vooral ook in parken in grote steden. In die parken moeten hoge bomen staan en, al dan niet op enige afstand hiervan, moeten nestholen te vinden zijn.

Soms komt er een bijzondere variant voor. In een weblog van Mick Kotten las ik dat hij in 2011 een blauwgrijze halsbandparkiet in de Broekpolder heeft gezien. Een echte explosie van halsbandparkieten is tot nu toe uitgebleven. Maar als je soms de kleine zwermen ziet rondvliegen en luid hoort roepen, denk je wel eens dat er over een aantal jaren wel eens meer parkieten dan mussen in ons land zouden kunnen zijn.

halsbandparkiet2

Advertenties

Kom mee naar buiten allemaal….

wielewaal1

Hij is weer terug in de Broekpolder, de wielewaal. Nu even niet, want het is een trekvogel die in Afrika overwintert. Als u hem wilt zien, moet u dus nog even wachten tot het voorjaar. En dan nog zal het niet meevallen de wielewaal te spotten. Het geluid van de wielewaal is bekender dan de vogel zelf.

Dat is niet verwonderlijk want wielewalen zijn bijzonder schuwe vogels die zich voornamelijk in de bovenste lagen van boomkronen ophouden. Wielewalen zijn opvallend geel-zwart gekleurd, maar merkwaardig genoeg vormt deze kleurstelling juist een uitstekende camouflage voor omhoog kijkende mensen. De kleuren van de wielewaal verraden zijn tropische herkomst. Ik heb hem zelf nog niet gezien in de Broekpolder maar wel in Costa Rica waar hij erg veel voorkomt. Daar heet hij de oriole. De foto van de wielewaal bij dit artikel heb ik ook daar gemaakt.

wielewaal2

De wielewaal heeft altijd erg tot de verbeelding gesproken. Niet alleen door zijn opvallende kleuren, maar ook door zijn gezang. Het is een helder fluitend geluid, want een beetje klinkt als “dudeljo”. En als u dat woord leest herinneren de wat ouderen onder ons zich vast het onderstaande liedje wel:

Kom mee naar buiten allemaal
Dan zoeken wij de wielewaal
En horen wij die muzikant
Dan is zomer weer in ’t land
Dudeljo, klinkt zijn lied
Dudeljo, klinkt zijn lied
Dudeljo, en anders niet

Ik geef regelmatig presentaties over als wat leeft en groeit in de Broekpolder en de Vlietlanden. En als ik dan over de wielewaal vertel en de tekst van dit liedje projecteer, gaat de hele zaal spontaan meezingen, vaak nog in canon ook.

Wielewalen komen vooral voor in hoog loofbos, vaak in de buurt van rivieren en meren. De Broekpolder met z’n vele water en de rivier vlakbij is dus een ideale plek voor ze. Ze eten voornamelijk insecten en rupsen. Tijdens het broedseizoen zorgen ze voor elkaars jongen. De jongen van vorig jaar helpen bij het voeren van de jongen van de nieuwe generatie.

De mannetjes zijn helder geel van kleur met zwarte vleugels en staart. Het wijfje is eerder groengelig met donkere vleugels. De wielewaal is ongeveer 25 cm groot. 

wielewaal3
In Nederland broeden ongeveer 4000 tot 5.000 paren wielewalen. Dat zijn er minder dan in de periode 1979 – 1985, toen nog ongeveer 7.000 tot 10.000 paren werden geïnventariseerd.

Hans Dorrestein, onze humoristische cabaretier en vogelspotter, heeft zelfs een boekje geschreven met als titel “Dudeljo”. De foto van de wielewaal staat prominent op de omslag van zijn boek. De tekening van de wielewaal bij dit artikel komt van de site van de vogelbescherming. Daar vind je nog veel meer informatie over deze bijzondere vogel.