Libellen

Op een zonnige zomerdag zie je ze soms in grote aantallen over het water scheren en op rietstengels zitten, de libellen. Over dit kleine diertje zijn boeken volgeschreven. Zoek op google naar libelle en je vindt duizenden artikelen over dit kleine slanke beestje.

Afbeelding

In dit stukje wil ik er een paar dingen over vertellen. De meeste informatie haalde ik uit wikipedia en www.libellennet.nl.

Libellen leefde al zo’n 300 miljoen jaar geleden op aarde. Sommige soorten hadden een spanwijdte van wel 70 cm. De libellen die wij kennen kunnen worden onderverdeeld in echte libellen en waterjuffers. Echte libellen kunnen goed vliegen en zijn forser dan waterjuffers. De achtervleugels zijn breder dan de voorvleugels en de ogen raken elkaar boven de kop. Waterjuffers zijn slanke diertjes met 4 gelijkvormige vleugels. Hun ogen staan aan weerszijden van de kop. Het opvallendste aan de kop zijn de samengestelde ogen die uit 10 000 tot 50 000 facetjes bestaan. Met deze ogen nemen libellen bewegingen waar, het bovenste gedeelte ziet scherp op afstand en het onderste dichtbij. Met de forse monddelen kan een libel hard bijten, maar ze steken niet, zoals wel vaak wordt beweerd. Verder bestaan ze uit een borststuk en een lang en buigzaam achterlijf. Dat lange achterlijf is noodzakelijk voor de paring zoals je op de foto’s kunt zien. Die foto’s zijn trouwens van waterjuffers. Dat kun je goed zien aan de ogen die duidelijk aan weerszijden van de kop staan.

Libellen ontwikkelen zich vanuit het eitje via een larve tot een volwassen insect met vleugels. Libellen paren meestal tijdens het vliegen. Het mannetje houdt het vrouwtje vast met een tang aan zijn achterlijf. Samen vormen ze dan een soort wiel, het paringswiel. Na de bevruchting worden meteen de eitjes gelegd. Vooral waterjuffers plaatsen hun eitjes met hun legboor in plantenstelen die half onder water en half boven water zitten. Soorten, die geen legboor of angel hebben, laten hun onderlijf in het water zakken en geven daar dan één of meerdere eitjes af. Uit de eitjes komen larven (nymfen), die tijdens hun leven 6 tot 15 keer vervellen in het water. Afhankelijk van de soort leven de larven enkele maanden tot enkele jaren in het water. Enkele dagen voor ze uitkomen kruipen de larven langs plantenstengels omhoog. Ze ademen niet meer in het water. De ademhalingsgaten worden boven de wateroppervlakte gebracht, het omhulsel barst geleidelijk open en na de poten, die dienen om zich aan de planten vast te houden, komt ook het achterlijf te voorschijn. De vleugels worden opengevouwen door de vleugeladeren met bloed vol te pompen. In vergelijking met het larvestadium duurt het leven van een volwassen libel maar kort. Afhankelijk van de soort is dit van 2 weken tot enkele maanden.

Libellen kunnen de vleugels onafhankelijk van elkaar bewegen. Ze kunnen net als een helikopter op een plek stil te staan, achteruit of opzij vliegen, loodrecht omhoog of naar beneden vliegen. Grote libellen kunnen een snelheid halen van ruim 50 km per uur. Dit maakt ze tot de snelst vliegende insecten ter wereld.

Waterjuffers vliegen veel langzamer en rusten vaker uit. Waterjuffers worden daarom makkelijker door vogels gevangen.

AfbeeldingAfbeelding

Advertenties