Op bezoek bij Bep en Bruna

Zaterdagmorgen 12 uur. We gaan van het pad af. Niet teveel lawaai maken. Niet in de poep trappen die hier overal ligt. Drassige grond. Dan komt er een open stuk met droog gras. De gids wijst. Twee kleine bruine hoopjes in het hoge gras. We hebben ze gevonden.

bepbruna3

We zijn met een groep gidsen en schippers van de fluisterboot, aangevuld met andere belangstellenden op safari in de Broekpolder. Een aantal maanden geleden is hier een kudde Schotse Hooglanders uitgezet. En nu zijn er twee jongen geboren. Een mooie gelegenheid om eens te gaan kijken.

En na een uur vinden we ze. Eerst zijn we een paar volwassen dieren, dan de net geboren kalfjes Bep en Bruna, nu ruim een week oud. Eén van de volwassen koeien loopt vlak in de buurt. Dit is eigenlijk een crèche, een “koeiencrèche”. De kalfjes liggen tegen elkaar aan, één van de koeien bewaakt ze.

Dat merk je ook, zodra wij volgens haar wat te dicht in de buurt van de jongen komen, gaat ze er ook naar toe, nauwlettend toekijkend of wij geen kwaad in de zin hebben. De “crècheleidster” hoeft niet de moeder te zijn. De volwassen koeien wisselen elkaar af, zodat ook de moeder voldoende tijd krijgt om te grazen. De kalfjes worden nu bewaakt door Beatrix, een twee jaar oude koe, geboren op Koninginnedag, vandaar haar naam.

Schotse Hooglanders kunnen zo’n 15 jaar oud worden. In die tijd kan een koe wel 10 tot 15 kalveren ter wereld brengen. Ze zijn geschikt om in natuurgebieden te worden ingezet. Ze hebben weinig zorg nodig en zijn niet agressief.

Ze zijn hier uitgezet door de stichting Free Nature, die landelijk meerdere kuddes beheert. Hooglanders voeden zich ook met planten die veel andere rundersoorten links laten liggen. In de Broekpolder doen ze zich onder andere tegoed aan jonge berenklauwscheuten, net als de schapen. Hun lange haar maakt dat ze ook in de wintermaanden buiten kunnen blijven.Maar in de winter ‘schillen’ ze ook bomen. De geschilde bomen sterven langzaam af en bieden in die tijd een goede schuilplaats voor insecten, waar vogels als spechten weer profijt van hebben.

Schotse Hooglanders trekken in familiegroepen rond. De oudere dieren zijn bijzonder waardevol, want zij leren de jonge dieren veel over het gebied.De leiding van de kudde is in handen van een oude koe. Zij leidt de kudde naar de beste plekken in het gebied.

bepbruna2

bepbruna1

bepbruna4

Bekijk hieronder de video nog! En als je zelf gaat kijken, blijf dan op 25 meter afstand om de dieren niet te verstoren. Op safari in je eigen achtertuin, prachtig toch!

Advertenties

Roofvogels

In de Broekpolder en de Vlietlanden kun je zeer regelmatig roofvogels spotten. De meest voorkomende soort is wel de buizerd. Het is een middelgrote tot grote roofvogel. Hij komt voor in het grootste gedeelte van Europa en delen van Azië. Het is een standvogel die meestal die in hetzelfde gebied overwintert als waar hij broedt. Hij jaagt in open land, maar nestelt in bosranden. Zijn prooi bestaat uit muizen, kleine vogels en aas. Bij buizerds bestaat een grote kleurvariatie, er zijn erg donker gekleurde exemplaren terwijl er ook zijn met een bijna witte onderkant. De spanwijdte van de vleugels is zo’n 120 cm.

20130711-090508.jpg

Er zijn in Nederland ongeveer 8.000 tot 10.000 broedparen. Ook in de Broekpolder broeden ze. Soms zie je boven de Vlietlanden in het voorjaar baltsende buizerds, een prachtig gezicht. De roep van de buizerd klinkt als een gerekt klagend gemiauw.

De torenvalk is veel kleiner. Ze komen voor op allerlei plaatsen, ook in steden. Het mannetje heeft een grijsblauwe kop en nek, een roodbruine rug en vleugels met donkere vlekken. De staart is blauwachtig grijs met een zwarte band. Het vrouwtje is identiek aan het mannetje, maar heeft een bruine kop en nek en een bruine staart. Torenvalken kunnen stil in de lucht hangen met snelbewegende vleugels, dat heet ‘bidden’. Tijdens het bidden kijken ze naar beneden op zoek naar een prooi. Als ze deze hebben gevonden, duiken ze erop af. Hun voedsel bestaat voornamelijk uit kleine zoogdieren en insecten. Ze bouwen zelf geen nest, maar kiezen vaak een oud kraaiennest als nestplaats.

Een andere bijzondere rover is de sperwer. Bijzonder is dat het vrouwtje is tweemaal zo groot als het mannetje. Zangvogels zijn de voornaamste prooi, maar ze lusten ook wel eens een duif die dan door het vrouwtje wordt gevangen. De sperwer jaagt vanuit dekking, of met een plotselinge, snelle vlucht in het voorbijgaan. De sperwer op de foto is een vrouwtje en sloeg de duif bij mij in de achtertuin.

De sperwer bouwt ieder jaar hoog in de bomen een nieuw nest, waarin meestal vier of vijf eieren worden gelegd. Het aantal broedparen in Nederland wordt geschat op 4000 tot 5000.

Dan hebben we nog de bruine kiekendief. Het is een vrij schaarse broedvogel aan het worden in Nederland, maar hier komt hij nog voor. Hij vliegt meestal laag over moerassen en rietvelden, met de voor alle soorten kiekendieven kenmerkende houding: een golvende vliegbeweging, met de vleugels in een ondiepe V-vorm. Bruine kiekendieven nestelen op de grond in het riet.

Tenslotte de rode wouw. Het is een een vogel uit de familie van de arendachtigen. Een volwassen wouw heeft een spanwijdte van ongeveer 160 cm. Het uiterlijk lijkt op dat van de buizerd, maar hij is meer roodachtig en heeft een diep gevorkte staart. Je ziet hem hier zelden. Ik werd er door een passagier van de fluisterboot op gewezen, die hem voorbij zag vliegen, een prachtig gezicht. In Nederland is de rode wouw vooral een regelmatige doortrekker in klein aantal in voor- en najaar. De grote populaties zitten in Duitsland, Frankrijk en Zuid-Europa. Ook in Afrika kun je hem zien.

20130711-090533.jpg

20130711-090635.jpg