De Aalscholver

De aalscholver is een in Nederland veel voorkomende watervogel. De aalscholver is een vrij grote vogel, die 80 to 95 cm groot wordt. Je herkent hem aan zijn zwarte verenkleed en de witte vlek op de wang. Ook kenmerkend is zijn gele vlek naast zijn snavel. Zijn snavel is lang en is haakvormig, zodat de aalscholver gemakkelijk vis kan vangen. De aalscholver komt vooral voor in watergebieden zoals meren, de zee, rivieren en moerassen. Ook in de Vlietlanden zie je ze veel.

aalscholver

Tijdens het zwemmen ligt de vogel diep in het water, terwijl de kop schuin omhoog gehouden wordt.

Het voedsel van de aalscholver bestaat vrijwel alleen uit vis, die hij duikend onder water vangt. Hij heeft geen waterdicht verenkleed, Daardoor kan hij diep en lang kan duiken. Maar hij wordt er dus ook erg nat van. Als hij een tijd gedoken heeft, laat de aalscholver de vleugels eerst met gespreide vleugels op een hoge plek drogen.

De aalscholver eet voornamelijk levende vis zoals voorn, paling, baars en snoekbaars. Tussen zijn tenen heeft hij zwemvliezen. Hij kan daardoor gemakkelijk zwemmen en met een duikbeweging zijn vis vangen. De vis die wordt gevangen, wordt heel doorgeslikt.

Bij een tocht met de fluisterboot vliegt er regelmatig een aalscholver met ons mee. Omdat de boot het water in beweging brengt en vissen opschrikt, denkt hij zo meer kans te hebben op succes. Hij duikt dan voor de boot onder water, komt achter de boot weer boven en gaat zo door tot hij voldoende gevangen heeft. Soms blijft zo’n aalscholver wel een halfuur om de boot vliegen en duiken.

Doordat de vogels bij voorkeur paling eten, vormen ze volgens de beroepsvisserij een bedreiging voor de palingstand. Om deze reden is de aalscholver in het verleden vervolgd, waardoor de populatie rond het jaar 1960 was gedaald tot minder dan duizend broedparen. Door wettelijke bescherming, maar ook door toename van het voedselaanbod heeft de populatie zich inmiddels weten te herstellen tot ongeveer 20.000 broedparen.

Er zijn op de wereld dertig soorten aalscholvers. Ze komen over heel de wereld voor, maar zien er overal weer iets anders uit. Ik heb in Patagonië foto’s gemaakt van een enorme kolonie keizeraalscholvers, meer dan 10.000 exemplaren. Die aalscholver is niet zwart maar op de buik spierwit. Het lijken wel pinguïns!

Advertenties